Uber beboet met 825 miljoen euro voor volledig geautomatiseerde besluiten
De Autoriteit Persoonsgegevens legde Uber 825 miljoen euro op omdat software chauffeursaccounts sloot zonder dat een mens de beslissing werkelijk beoordeelde. De grondslag is de privacywet, niet de AI-verordening. Die norm geldt dus nu al voor uw eigen geautomatiseerde acceptatie-, prijs- en fraudebeslissingen.
De Autoriteit Persoonsgegevens maakte op 21 augustus 2026 bekend dat zij Uber een boete van 825 miljoen euro heeft opgelegd. Volgens persbureau Reuters dateert het besluit van 17 augustus; die datum is niet uit het besluit zelf bevestigd. De zaak betreft de jaren 2020 tot en met 2022. Uber schorste accounts van chauffeurs die door algoritmes van fraude werden verdacht en beëindigde volgens de toezichthouder ook accounts definitief op grond van lage klantwaarderingen, zonder menselijke beoordeling. Chauffeurs hoorden onvoldoende waarop het vermoeden berustte en konden het besluit niet altijd werkelijk aanvechten. Uber betwist dat definitieve beëindigingen volledig geautomatiseerd verliepen, noemt de boete onevenredig en gaat in beroep. Alleen Meta kreeg ooit een hogere boete onder de privacyverordening.
De grondslag is artikel 22 van de Algemene verordening gegevensbescherming, dat besluiten beperkt die uitsluitend op geautomatiseerde verwerking berusten en iemand aanzienlijk raken. Uw organisatie neemt zulke besluiten dagelijks: acceptatie of afwijzing van een aanvraag, premiestelling, afwijzing van een claim en blokkering wegens fraudevermoeden. Dat laatste lijkt feitelijk het meest op de beboete praktijk. Twee dingen wegen bestuurlijk zwaar. De norm is niet dat er een mens in de keten zit, maar dat diens tussenkomst betekenisvol is; een medewerker die een systeemadvies bekrachtigt zonder eigen afweging voldoet niet. En de norm geldt nu al. Wie zijn AI-governance heeft gepland rond de Europese datum voor AI met hoog risico, 2 december 2027, heeft een gat van zestien maanden waarin de privacytoezichthouder wel kan handhaven.
Laat voor de eerstvolgende bestuursvergadering vastleggen welke besluiten uw organisatie zonder menselijke afweging neemt en een klant aanzienlijk raken. Stel per besluit vast wie de menselijke tussenkomst uitvoert, welke ruimte die persoon heeft om af te wijken en hoe dat wordt vastgelegd.
Bestuurlijke kernvraag
Heeft uw bestuur vastgesteld bij welke klantbesluiten een mens werkelijk kan afwijken van het systeemadvies?
Relevante kaders: Algemene verordening gegevensbescherming, artikel 22 (geautomatiseerde besluitvorming), Algemene verordening gegevensbescherming, artikel 13 en 14 (informatie over de logica achter het besluit), EU AI-verordening, artikel 14 (menselijk toezicht bij AI met hoog risico, van toepassing vanaf 2 december 2027), Wet op het financieel toezicht, zorgplicht bij acceptatie en schadebehandeling, EIOPA Opinion over AI-governance en risicobeheer, 6 augustus 2025
De vraag is niet of er een mens in het proces zit, maar of die mens werkelijk kan afwijken van wat het systeem voorstelt. De compliance-risicoscan van AI RiskWise legt bloot bij welke klantbesluiten die ruimte in de praktijk ontbreekt.
AI RiskWise
